Een korte geschiedenis van Hypnose
Deze stamt al
uit de 18de eeuw bij de Oostenrijkse arts Franz Anton Mesmer
(1734-1815) Hij
werd gezien als de pionier in de ontwikkeling van hypnose en psychotherapie. Hij
maakte
gebruik van fluïdum (magnetisme) waardoor de patiënt in een mesmeriaanse
(dierlijke
magnetisme) trance kwamen.
De schotse
geneesheer James Esdaile (1808-1859) ontdekte dat zwellingen verdwenen als hij
een patiënt hypnotiseerde om van de pijn af te komen. Tijdens de tweede wereld
oorlog werd
hypnose vaak gebruikt voor de behandeling van posttraumatische stress. En
fungeerde ook
als pijnstillers tijdens operaties. En in 1955 werd hypnotherapie door de
British Medical
Association erkend als legitieme medische behandeling. De American Medical
Association
volgde dit voorbeeld in 1958. Ook de Amerikaanse psychiater Milton Erikson heeft
een
essentiële bijdrage geleverd aan de acceptatie van het medische gebruik
van trance en aan
de hypnotherapie opzich.
Hypnose heeft
dus een veel besproken geschiedenis achter de rug en heeft nog steeds te
kampen met een imagoprobleem Ze is nog steeds besmet door de toneel hypnotiseurs
als Rasti
Rostelli , die mensen in het publiek tijdens zijn shows heeft vernederd.
Bovendien werd hypnose in het verleden werd ook vergeleken met iets occults.
Zulke
vooroordelen moeten de wereld uit geholpen worden.
Tegenwoordig wordt er meer gesproken over trance die steeds meer gezien wordt
als een
waardevolle medische en psychologische techniek. Waarbij steeds meer patiënten
door
(huis)artsen verwezen worden naar een hypnotherapeut.
Bijna iedereen kan in trance gebracht worden, tenzij iemand psychotische of
ernstige
depressieve klachten heeft. Hier wordt in het algemeen geen hypnotherapie
toegepast.
Het grote voordeel van trance is dat de behandeling geen bijwerkingen heeft. Als
u twijfelt
over hypnotherapie, is het goed te weten dat u in trance niets tegen u wil kan
laten doen, of
wat tegen uw eigen normen en waarden ingaat.